Omgaan met conflicten

Gepubliceerd op 18 april 2021 om 20:00

Wat verstaan we onder conflicten?

In het leven van een kind ontstaan allerlei conflicten. Hiermee bedoelen we kleinere en grotere aanvaringen tussen kinderen onderling en tussen volwassene en kind. Aanvaringen tussen kinderen ontstaan bijvoorbeeld vaak omdat meerdere kinderen hetzelfde voorwerp willen hebben. Aanvaringen tussen een volwassene en een kind ontstaan omdat een kind niet tegemoetkomt aan de verwachtingen of de wensen van de volwassene; er zijn botsingen omdat een kind zich verzet tegen de leiding van de volwassene in een periode wanneer het ik-bewustzijn zich ontwikkelt.

Een conflict is belangrijk voor de ontwikkeling van het ik-bewustzijn. Het zelfbewustzijn wordt erdoor vergroot. Het kind leert om te gaan met zijn frustraties en het leert de sociale omgangsregels te integreren. Een aanvaring brengt kinderen in een situatie waarin ze leren zichzelf te verplaatsen in de behoeften van een ander.

Soms zijn er door onlustgevoelens aanvaringen: kinderen die bijten, slaan, speelgoed afpakken, duwen enz. En hoe ga je hiermee om?

Begin met het versterken van je contact tijdens waardevolle momenten zoals verschonen, aan tafel en de gebruikelijke rituelen die thuis worden toegepast. Op deze momenten voelt je kind zich gezien en hierdoor waardevol. Door extra aandacht zal er meer positiviteit ontstaan, waardoor de aanvaringen minder worden. Ook kan je als ouder objectiever gaan kijken en zien waarom het gedrag is ontstaan en hierop anticiperen.

De woorden ‘nee’ en ‘niet’ horen kinderen niet. Denk maar niet aan geel paasei ;-)

Vermijd deze worden wanneer je je kind wilt corrigeren. Probeer het op te lossen met andere woorden en door een alternatief aan te bieden.

 

Aanvaring tussen ouder/kind en kind:

Je kind slaat een ander kind of een volwassene. Reageer hierop door te benoemen dat als het kind wilt slaan dat hij dan tegen de muur of bank mag slaan. Benoem ook dat slaan pijn doet en ongewenst gedrag is. ‘Ik zie dat aan je aan het slaan bent, je doet mij/een ander pijn. Ik zou graag willen dat je tegen de muur slaat.’

 

Aanvaringen wanneer kinderen speelgoed afpakken van een ander kind.

Het is hierin de taak van de ouder/pedagogisch medewerker om hier zo min mogelijk op te reageren. Kinderen hebben van nature een eigen grens of moeten deze nog ontdekken. Het kind waarvan het speelgoed is afgepakt, zal hier zelf op reageren met emoties en woorden of door het juist oké te vinden en gaat dan verder met ander speelgoed wat nabij ligt. Op deze manier leren kinderen van elkaar en leren zij ook hun eigen ‘ik’ te ontwikkelen. Observeer de situatie en heb vertrouwen in het kind dat het zijn eigen grens zal aangeven.

 

Mocht het kind met emoties reageren, kun je het beste objectief benoemen wat je gezien hebt, vaak is dat al voldoende; het kind voelt zich gehoord en gezien. Laat het geëmotioneerde kind het zelf proberen op te lossen, vul de oplossing niet in voor het kind, geef het ruimte en neem de tijd voor een eigen oplossing. Vraag waar het kind behoefte aan heeft op dat moment en vertel waar het kind nog meer mee bezig was. Wanneer het kind er niet uit komt kun je de mogelijkheid verwoorden: ‘Je kunt het ook terugvragen’.

Het kind wat het speelgoed heeft afgepakt, heeft vaak geen idee wat het teweegbrengt bij een ander. Hier kun je zelf objectief mee omgaan: ‘Je hebt de auto gepakt, Belle was er mee aan het spelen en is nu verdrietig, zou je de auto willen teruggeven? Of heb je iets anders voor Belle waar ze ook mee kan spelen?’

 

Heb je hier nog meer vragen over? Volg dan onze cursus Kindontwikkeling of Kindertaal.


«   »