Communicatie

Gepubliceerd op 13 april 2021 om 19:05

Vanaf de geboorte begint je baby met huilen. Er zijn veel verschillende huilgeluiden en al deze geluiden hebben een betekenis. Ook zal je baby kraaigeluiden gaan maken, het kind begint zichzelf te horen en gaat hiermee oefenen. Dit uit zich soms in hilarische geluiden van hard tot zacht.

Het kraaien wordt brabbelen en vervolgens zullen dit echte woorden gaan worden. Van één woordje naar meerdere woorden tot hele zinnen die eruitkomen. Het is ontzettend leuk om die ontwikkeling van je eigen mee te maken. Je kind gaat zijn eigen ik vormen en de zinsopbouw wordt dan ineens tegen je gebruikt. Dreumesen die net doen alsof ze Oost-Indisch doof zijn en peuters/kleuters die zich mondeling gaan verweren en niet meer willen meewerken. Dit is vast voor veel ouders herkenbaar en ook voor pedagogisch medewerkers in de opvang.

 

Meewerkend gedrag; hoe krijg je dit voor elkaar?!

Bouwsteen 2 van How2Talk2Kids: Uitnodigen tot coöperatief gedrag.

Laat het kind meedenken in oplossingen. Hieronder staat een voorbeeld van een situatie die dagelijks voor kan komen en hoe je hierin succes kan krijgen met meewerkend gedrag.

Voorbeeld:

Het hele gezin zit gezellig aan tafel en kleuter Joost stoot zijn melk om. Oeps, de hele beker vliegt over tafel. Alles is nat en zelfs jouw broodje zit nu onder de melk. Joost schrikt er zelf ook van maar roept meteen: ‘Ojee, nou dat ga ik dus echt niet opruimen’.

Veel ouders zijn meteen geneigd om te roepen: ‘Oh jawel dat ga jij zeker zelf opruimen, je stoot het immers zelf om’. Dit nodigt niet uit tot meewerkend gedrag, maar juist het tegenovergestelde. Joost wordt boos en verzet van aan alle kanten zolang hij het maar niet zelf hoeft op te ruimen.

Meewerkend gedrag zal je krijgen door:

‘O Joost, je melk is omgevallen, nu is de hele tafel nat en ook mijn broodje, dat vind ik jammer. Ik zag dat het per ongeluk ging. Hoe gaan we dit nu droog krijgen?’ Joost: ‘Met een doek.’ Ouder: ‘Dat is een goed idee, de doek ligt in de keuken als jij die pakt dan haal ik alles van de tafel’.

In dit geval geeft de ouder Joost ruimte voor een oplossing. Door Joost een opdracht te geven om de doek te pakken, zal hij sneller geneigd zijn om mee te werken. Ook hoort Joost dat de ouder mee helpt aan tafel. Dit zal Joost stimuleren om een samenwerking aan te gaan en behulpzaam te zijn. Het is belangrijk om te vertellen wat de ouder graag wil zien in de actie van Joost en vooral geen probleem te maken als dat er niet is. Een glas dat omvalt kan altijd gebeuren. Probeer dan de volgende keer als ouder het glas minder vol te doen, bijschenken kan altijd. Zet de beker op een veilige plek en attendeer Joost erop dat hij zijn beker op een andere plek kan zetten. Of nog beter: betrek Joost bij het bedenken van een oplossing zodat zijn beker minder snel om zal vallen.

Meewerkend gedrag gegarandeerd!

Het kost soms veel tijd, geduld en energie om het kind uit te nodigen tot meewerkend gedrag. Daar zijn wij ons van bewust. Blijf het proberen! Hierboven is een voorbeeld benoemd, er zijn uiteraard nog veel meer situaties die zich gedurende een dag voordoen, waarin het kind misschien niet mee wil werken. Mocht je hier vragen over hebben of ben je op zoek naar handvatten hoe hiermee om te gaan, vraag ons gerust voor vrijblijvend advies. Dan kunnen we de hulpvraag persoonlijk behandelen!


«   »